Angelita Eriksen groeide op in Napp, een klein vissersdorp op de Lofoten. Als dochter van een visser was de zee altijd dichtbij. Als kind hielp ze al mee met het snijden van kabeljauwtongen en het beazen van de lijnen. De zee was voor haar vooral verbonden met visserij — het zeewier dat er groeide kreeg veel minder aandacht.
Tamara Singer groeide aan de andere kant van de wereld op, in Nieuw-Zeeland, met een Japanse moeder. In haar jeugd was zeewier juist heel gewoon: het hoorde bij het eten en stond regelmatig op tafel.
Toen de twee elkaar op de Lofoten leerden kennen, kwamen die werelden bij elkaar. Angelita kende de zee en de lokale visserijcultuur, Tamara kende zeewier als ingrediënt. Uit die combinatie ontstond uiteindelijk Lofoten Seaweed.
