
Wie in Zweden een bakkerij of café binnenstapt, hoeft meestal niet lang naar kanelbullar te zoeken. De geur van kaneel en kardemom hoort er bijna net zo vanzelfsprekend bij als koffie. Het zachte, opgerolde broodje is uitgegroeid tot een van de bekendste Zweedse baksels.
De kanelbulle zoals we die nu kennen, verscheen in Zweden na de Eerste Wereldoorlog. Ingrediënten als boter, suiker en specerijen waren toen nog kostbaar. Een kaneelbroodje was daardoor eerder een luxe traktatie dan iets voor iedere dag.
Dat veranderde in de jaren vijftig. Ingrediënten werden beter verkrijgbaar en steeds meer Zweedse huishoudens kregen een goede oven. Zelf kanelbullar bakken kwam binnen het bereik van een veel groter publiek.
Het kaneelbroodje kreeg een vaste plaats bij de koffie. Eerst thuis en later ook in cafés en op het werk. Tegenwoordig vind je kanelbullar vrijwel overal in Zweden. Toch blijft zelf bakken een belangrijk onderdeel van de traditie.
Sinds 1999 vieren de Zweden op 4 oktober Kanelbullens dag. De dag werd bedacht door Hembakningsrådet, een organisatie die thuis bakken onder de aandacht bracht. In dat jaar bestond de organisatie veertig jaar.
De keuze voor oktober was bewust. De herfst is een natuurlijk moment om de oven weer aan te zetten. Bovendien viel de datum niet samen met bekende Zweedse eettradities rond bijvoorbeeld semlor, wafels of surströmming.
Wat begon als aandacht voor de Zweedse baktraditie, groeide uit tot een geliefde dag. Bakkerijen vullen hun toonbanken, collega’s nemen broodjes mee naar het werk en thuis gaat de oven aan.
De kanelbulle is nauw verbonden met fika. Dat woord wordt vaak vertaald als koffiepauze, maar daarmee doe je de Zweedse traditie tekort. Het gaat niet alleen om koffie en iets lekkers. Het gaat vooral om bewust stoppen met wat je aan het doen bent.
Je drinkt je koffie niet achter je bureau en blijft niet ondertussen naar je telefoon kijken. Je gaat bij elkaar zitten. Met collega’s, vrienden of familie. Even praten, luisteren en samen tijd nemen.
Ook op Zweedse werkvloeren is fika een vast onderdeel van de dag. Zelfs bij grote bedrijven als Volvo wordt er ruimte voor gemaakt. Niet omdat het werk minder belangrijk is, maar omdat samen pauzeren ook bijdraagt aan contact.
De kanelbulle past daar perfect bij. Niet overdreven zoet, maar wel rijk aan boter, kaneel en kardemom. Een broodje dat uitnodigt om even te gaan zitten.

Kaneel speelt de hoofdrol in een kanelbulle. Toch is niet iedere kaneel hetzelfde.
Wie in Nederland een potje kaneel koopt, krijgt vaak cassia. Cassia komt van een andere kaneelboom en is goedkoper en eenvoudiger te verwerken. De dikke, donkere bast geeft een krachtige en vrij directe kaneelsmaak.
Voor dit recept gebruiken we echte kaneel uit Sri Lanka, ook wel Ceylonkaneel genoemd. Deze kaneel wordt gemaakt van dunne lagen van de binnenste bast van de kaneelboom. De bast wordt met de hand gesneden en in verschillende laagjes opgerold. Een kaneelstokje uit Sri Lanka lijkt daardoor van binnen bijna op een fijn opgerolde sigaar. Cassia bestaat meestal uit één dikke, harde laag bast.
De echte kaneel van Mill & Mortar komt van kaneelboer Ananda op Sri Lanka. De smaak is zacht, warm en verfijnd. Daardoor blijft er in de kanelbullar ook ruimte voor de kardemom in het deeg. De twee specerijen vullen elkaar mooi aan.
Je hoeft natuurlijk niet tot 4 oktober te wachten. Zet de koffie klaar, maak het deeg en bak zelf een schaal Zweedse kanelbullar. Dan kan de fika beginnen.
Verwarm de melk tot hij lauwwarm is. Gebruik je verse gist? Verkruimel deze dan in een ruime kom en roer de melk erdoor. Gebruik je droge gist, volg dan de aanwijzingen op de verpakking.
Voeg de suiker, het ei, de gemalen kardemom en het zout toe. Meng alles goed door elkaar.
Voeg eerst 450 gram bloem toe. Kneed het deeg enkele minuten en voeg daarna beetje bij beetje de zachte boter toe. Kneed het deeg in ongeveer 8 tot 10 minuten soepel en elastisch. Voeg alleen extra bloem toe wanneer het deeg echt te plakkerig blijft.
Dek de kom af en laat het deeg op kamertemperatuur ongeveer 45 tot 60 minuten rijzen. Het deeg moet duidelijk in volume toenemen.
Meng de zachte boter met de suiker, kaneel en een klein snufje zout. Roer tot een smeerbare kaneelboter.
Leg het deeg op een licht met bloem bestoven werkblad. Rol het uit tot een rechthoek van ongeveer 40 × 50 centimeter.
Verdeel de kaneelvulling gelijkmatig over het deeg. Rol het deeg vanaf de lange zijde op tot een stevige rol. Snijd de rol in 12 tot 16 gelijke stukken.
Leg de broodjes met de snijkant omhoog op een met bakpapier beklede bakplaat. Je kunt ze ook in papieren vormpjes leggen.
Dek de broodjes losjes af. Laat ze nog 30 tot 45 minuten rijzen, totdat ze zichtbaar luchtiger zijn geworden.
Verwarm ondertussen de oven voor op 220 °C boven- en onderwarmte of 200 °C hetelucht.
Bestrijk de broodjes voorzichtig met losgeklopt ei en bestrooi ze met parelsuiker.
Bak de kanelbullar 8 tot 12 minuten in het midden van de oven. Haal ze eruit zodra ze mooi goudbruin zijn. Laat ze op een rooster afkoelen.
Kanelbullar zijn het lekkerst wanneer ze nog een beetje warm zijn. Serveer ze met koffie of thee en neem er rustig de tijd voor. Precies zoals het hoort tijdens een Zweedse fika.
Broodjes over? Vries ze op de dag van het bakken in. Laat ze later ontdooien en warm ze kort op in de oven.
De twee smaakmakers die deze Zweedse kaneelbroodjes hun karakter geven:
Voeg kaneel en kardemom toe aan je winkelmandje →
De oveige ingredienten haal je gewoon bij je lokale landwinkel (of supermarkt mag natuurlijk ook)
Recept Visit Sweden
Nederlandse bewerking: De Witte Eland.